Provinciaal sportreglement Oost-Vlaanderen 2017                                                                                                                                   

PDF versie

De bepalingen van onderhavig provinciaal reglement zijn, evenals het nationaal sportreglement, integraal van toepassing.

1.   RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE VERENIGING EN HAAR LIEFHEBBERS -     LEDEN

 

Art. 1 

Enkel door de KBDB erkende verenigingen kunnen wedstrijden inrichten.   

Verrichtingen in de vereniging kunnen uitsluitend worden uitgevoerd door personen in het bezit van een voor het lopende jaar geldige KBDB –lidkaart. Enkel de erkende inkorfburelen, waarvoor de bijdrage voor het lopende jaar is betaald, kunnen als dusdanig fungeren.
De verenigingen mogen geen duiven inkorven van liefhebbers die niet in het bezit zijn van een geldige KBDB-lidkaart. Zij mogen evenmin duiven aanvaarden van liefhebbers die op de lijst van geschorste liefhebbers voorkomen. Deze lijst wordt ieder jaar voor aanvang van het seizoen via de KBDB-website aan de vereniging mede gedeeld.


Art. 2

De Voorzitter, de secretaris en de penningmeester (of schatbewaarder) vormen het hoofdbestuur van een vereniging waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn.
Zij zijn solidair verantwoordelijk voor het regelmatig bijhouden van een kasboek, een constateurboek, een verslagenboek en een ledenlijst. Een bestaande duivenliefhebbersvereniging gevestigd in een gemeente of deelgemeente, kan enkel van locatie in dezelfde fusiegemeente veranderen met de goedkeuring van de algemene vergadering. Indien in de nieuwe gemeente of deelgemeente reeds een vereniging is gevestigd, kan dit enkel met de goedkeuring van de aldaar gevestigde vereniging en het akkoord van het Provinciaal Comité.

Art. 3

Voor duivenhokken gevestigd op Oost-Vlaams grondgebied, mag de liefhebber-eigenaar zijn hoklijst binnenbrengen in een vereniging van zijn keuze gevestigd in Oost -Vlaanderen.
Hij is verplicht alle rubrieken van zijn hoklijst nauwkeurig in te vullen. De vereniging mag geen hoklijst aanvaarden wanneer niet alle rubrieken zijn ingevuld.
Ingeval van overmacht dient de reden op de hoklijst of in een begeleidend schrijven vermeld.

2.   VLUCHTPROGRAMMA’S en VLUCHTKALENDER

Art. 4

Alle wedvluchten voor duiven, met uitzondering van de nationale vluchten, vallen onder toepassing van onderhavig reglement. Alle gegevens i.v.m. met voornoemde wedvluchten zullen, op de daartoe bestemde officiële formulieren, ter goedkeuring bij het Provinciaal Comité, ten laatste op 31 december voorafgaand aan het seizoen, worden ingediend door iedere inrichter. Na deze datum kunnen ingediende aanvragen door het Comité ambtshalve worden geweigerd. Elke vereniging moet afzonderlijk een vluchtprogramma indienen, ook al richt ze zelf geen wedvluchten in.
De deelnemingszones kunnen op 2 manieren worden afgebakend: hetzij met opsomming van de gemeenten (voor de fusie), hetzij met bepaling van een straal.

a) Afbakening met gemeenten:

Rekening dient gehouden te worden met de grenzen 2011 van de deelgemeenten.

Belgiëvluchten  en Frankrijkvluchten onder Parijs:

l  De gemeente waar de vereniging is gevestigd

l  De gemeente waar de vereniging is gevestigd + alle aanpalende gemeenten en overaanpalende gemeenten naar keuze

l  De gemeente waar de vereniging is gevestigd + alle aanpalende gemeenten + alle overaanpalende gemeenten en over- overaanpalende gemeenten naar keuze

l  De gemeente waar de vereniging is gevestigd + alle aanpalende gemeenten + alle overaanpalende gemeenten + alle over- overaanpalende gemeenten en verder aangrenzende gemeenten naar keuze.

l  Gans de provincie Oost-Vlaanderen

 

Frankrijkvluchten boven-Parijs : Fontenay – Souppes-sur-Loing – Villemandeur – Orléans – Chateaudun  - Toury (of elke ander kleine halve fond vlucht)

l  De gemeente waar de vereniging is gevestigd + alle aanpalende en alle overaanpalende gemeenten en over- overaanpalende gemeenten naar keuze.

l  De gemeente waar de vereniging is gevestigd + alle aanpalende en alle overaanpalende  gemeenten + alle over- overaanpalende gemeenten, en over-over-over aanpalende gemeenten naar keuze

l  De gemeente waar de vereniging is gevestigd + alle aanpalende en alle over aanpalende  gemeenten + alle over- over aanpalende gemeenten + alle over- over- over aanpalende gemeenten en verder aangrenzende gemeenten naar keuze.

l    Gans de provincie Oost-Vlaanderen

Voormelde omtrekbepalingen zijn voor groeperingen van toepassing op alle inkorvingslokalen die er deel van uitmaken.

b) Afbakening met straal:

Ingeval een straal wordt gebruikt, moet de deelgemeente waar de vereniging is gevestigd, in de omtrek zijn opgenomen.

Belgiëvluchten:                              maximum 12 km

Frankrijkvluchten onder Parijs:   maximum 12 km

Frankrijkvluchten boven-Parijs:

Fontenay – Souppes-sur-Loing – Villemandeur – Orléans – Chateaudun Chateaudun - Toury (of elke ander kleine halve fond vlucht)

                              Minimum 10 Km - maximum 20 km

Enkel de liefhebbers die binnen de straal vallen, kunnen meedoen aan de prijskamp.

De cirkel van de deelnemingszone moet opgegeven worden in volledige kilometers vanaf het basiscoördinaat. Het basiscoördinaat van de vereniging is  het coördinaat van het lokaal van de vereniging (de hoofdingang van het gebouw waar de duivensportactiviteiten plaatsvinden). Het basiscoördinaat van een verbond is het gemiddelde van de coördinaten van de verenigingen van het verbond.

De omtrek kan verschillend zijn per vlucht, op voorwaarde evenwel dat dit duidelijk wordt opgegeven op het bij de KBDB ingediende vluchtprogramma.

Ingeval de stralen of deelnemingszones het grondgebied van een andere entiteit overlappen, dienen, behoudens akkoord tussen de betrokken entiteiten, voor dit gedeelte van de straal of deelnemingszone, de reglementen van deze laatste toegepast te worden.

Een vereniging(en) en/of een gemeente(n) die geïsoleerd raakt, zal door een beslissing van het Provinciaal Comité toegevoegd worden aan een verbond/vereniging waar zij geografisch thuishoort. Deze omtrekbepalingen zijn niet van toepassing op erkende provinciale en interprovinciale vluchten, en zijn tevens niet van toepassing op lokale dubbelingen op provinciale, interprovinciale, nationale en internationale vluchten.

Deze omtrekken kunnen niet groter zijn dan de omtrekken 2012.

Vanaf het weekend na de laatste nationale vlucht voor jonge duiven, is de omtrek vrij te bepalen.    

Voor de verenigingen die in toepassing van artikel 36 NSR met hun deelnemingszone in de P.E. Oost-Vlaanderen komen, dienen deze te beperken tot de aangrenzende deelgemeente(n) die raken aan de provinciegrens van hun deelnemingszone van de P.E./S.P.E. , behoudens akkoord tussen de betrokken P.E.’s /S.P.E.’s.

 

Alle vluchten vanaf Vierzon gelden als provinciaal beschermde vluchten.
De kalender der vluchten vanaf ORLÉANS zal opgemaakt worden door het Provinciaal Comité. Deze vluchten zullen slechts worden toegekend aan verenigingen en verbonden die minstens 350 leden tellen. Wanneer aan deze eerste voorwaarde is voldaan, dienen voornoemde verenigingen en verbonden een gemiddelde van minstens 800 duiven per vlucht ingekorfd te hebben om het daaropvolgend jaar, aan dezelfde voorwaarden, een identiek vluchtprogramma te mogen indienen.

Gelet op deze beperkende maatregel zullen geen nieuwe inkorvingsburelen voor hogervermelde vluchten meer toegestaan worden. Uitzonderlijke gevallen worden beslecht door het Provinciaal Comité.

Halve fondvluchten tot onder Orléans zullen slechts worden toegekend aan verenigingen die minstens 3000 getekende duiven hebben ingekorfd het voorgaande seizoen.

Indien in een fusiegemeente meerdere verenigingen halve fondvluchten organiseren en één of meerdere verenigingen halen niet de gestelde norm, dan dienen zij over te gaan in een verbond. Gelet op deze beperkende maatregel zullen geen nieuwe inkorvingsburelen voor halve fondvluchten meer toegestaan worden. Uitzonderlijke gevallen worden beslecht door het Provinciaal Comité.

Het Provinciaal Comité waakt over een adequate en faire regeling van de vluchten onder de lokale verenigingen.

De Oost-Vlaamse verenigingen en verbonden kunnen voor de Ronde van België geen lossingsplaats in Oost-Vlaanderen kiezen.

ALLE vluchten van het goedgekeurde vluchtprogramma dienen ingericht te worden.

Indien hieraan niet voldaan wordt, kan het Provinciaal Comité het betreffende vluchtprogramma van het volgende jaar aanpassen. Iedere vlucht die is opgenomen in een uitgeschreven kampioenschap, dient ingericht te worden en kan dus niet afgelast worden.

In één zelfde lokaal kan tijdens het zelfde weekend slechts ingekorfd worden voor  Fontenay of Souppes-sur-Loing of Villemandeur of Orléans of Chateaudun.                                                  

Na goedkeuring door het Provinciaal Comité, kan geen enkele wijziging aan het officieel formulier met wedvluchtgegevens worden aangebracht en is de vereniging gehouden om effectief in te korven.

 

Art. 6

Provinciale Inkorvingslokalen voor vluchten ingericht door verenigingen uit andere provincies en samenspel van verenigingen uit verschillende provincies, kunnen slechts na goedkeuring en akkoord van de respectievelijke provinciale comités worden toegelaten.

 

3.   INRICHTING EN WAARBORGEN VAN WEDSTRIJDEN

 

Art.7

Voor wedstrijdvluchten ingericht in verbond – met verschillende inkorflokalen – mag de liefhebber slechts in één lokaal inkorven op straf van verbeurdverklaring van al zijn inzetten.

Art.8

Bij het uitschrijven van wedstrijden met vervroegde inschrijving, de zogenaamde “derby”-vluchten, dient steeds een termijn bepaald waarbinnen kan worden ingeschreven. Ten laatste veertien dagen na de sluitingsdatum van de inschrijvingen moet in iedere deelnemende vereniging de volledige lijst uithangen van de deelnemers met vermelding van het aantal inschrijvingen per liefhebber en opgave van de ringnummers.

Dergelijke vluchten moeten steeds plaatsvinden op de vooropgestelde datum.

Art.9

Verenigingen die gewaarborgde wedstrijdvluchten uitschrijven, mogen de waarborg onder geen enkel voorwendsel verminderen. Ieder overschot in één welbepaalde rubriek moet steeds worden uitbetaald in deze rubriek en mag nooit worden gebruikt om een tekort in een andere rubriek te dekken.

Op deze regel is slechts één uitzondering, namelijk bij uitgestelde  zondag lossing, wanneer inzetten van liefhebbers, de zogenaamde “zondagspelers”, dienen terugbetaald. In dit geval mogen de prijzen worden verminderd in evenredigheid met de terugbetaalde inzetten.

Art. 10

Het waarborgen van miezen, poelen, specials, enz. houdt in dat alle voorgaande eveneens gewaarborgd zijn. Het gewaarborgde cijfer moet, wanneer de duif binnen de prijzen is gerangschikt, steeds integraal worden uitbetaald, ook al werd er slechts één duif voor ingetekend. Series moeten steeds worden gewonnen op de manier waarop ze werden uitgeschreven en dit tot twee uur na de laatste prijs.

Art. 11.

De aankondigingen van waarborgen voor wedstrijdvluchten moeten ondubbelzinnig worden opgesteld. Enkel volledig gewaarborgde bedragen mogen worden vermeld. Clausules waarbij enig voorbehoud wordt gemaakt zijn verboden. De programma’s en/of de aankondigingen van de wedstrijdvluchten moeten duidelijk de onkosten per duif, de huuronkosten van de klokken, de kosten voor uitslag en de manier van toekenning van alle inzetten vermelden. Van deze aangekondigde kosten en prijsverdelingen mag in geen geval worden afgeweken tijdens het lopende seizoen. Bij evenredige verdeling tussen oude duiven en jaarlingen, moet de 1e prijs van de oude duiven en de 1e prijs van de jaarlingen vooraf meegedeeld worden.


4.   INSCHRIJVING DER DUIVEN VOOR WEDSTRIJDEN

 

Art. 12

De verenigingen zijn verplicht genummerde inschrijvingsbulletins te gebruiken.
Op dit inschrijvingsbulletin dient het nummer van de KBDB- lidkaart van de liefhebber verplicht te worden vermeld.

5.   INKORVING DER DUIVEN

     Art. 13

 

De verenigingen  zijn verplicht gummiringen van allereerste hoedanigheid te gebruiken waarop een volgnummer en een controlenummer aan de binnenzijde staan vermeld.

Hetzelfde geldt voor de “dubbele” gummiringen die worden gebruikt.

Art. 14

Bij de inkorving dient de hoogst gepoelde duif eerst ingekorfd, vervolgens de tweede hoogst  gepoelde, enz.  De verenigingen zijn vrij om op hun wedstrijden al dan niet port-/leerduiven te aanvaarden. De op het vluchtprogramma aangeduide keuze is geldig voor het ganse seizoen. Op de vluchten verder dan de kleine halve fond (Fontenay / Souppes-sur-Loing) kunnen geen portduiven aanvaard worden.

Art. 15

Leervluchten kunnen op zon- en feestdagen enkel uit officieel erkende lossingsplaatsen worden georganiseerd.

Art. 16

Voor het aantal duiven per mand is artikel 44 van het nationaal sportreglement van toepassing.

Voor iedere vlucht dienen de duiven in de vereniging gedrenkt te worden.

Art. 17

De aangerekende verzendingskosten voor “port”-,  “lap”-, “lak”-, of leerduiven, mogen nooit hoger zijn dan de verzendingskosten aangerekend voor de duiven die aan de wedstrijdvlucht deelnemen.

Art. 18

Wanneer de vereniging een afzonderlijke lossing voor jonge duiven heeft aangevraagd,  moet zij er zorg voor dragen dat er bij de inkorving een duidelijke scheiding is tussen de manden voor oude en deze voor jonge duiven.

Art. 19

Na de inkorving en ten laatste vóór het binnenkomen der klokken moeten de spiegellijsten en prijslijsten op een zichtbare plaats in het lokaal worden opgehangen en dit tot de derde dag na de lossing.

Alle op een wedstrijdvlucht betrekking hebbende documenten (spiegellijsten, intekenbulletins, constatiebulletins, cadrans, banden, uitslagen, verbeterde uitslagen, aankondigingen, enz.) moeten gedurende twee jaar volgend op het lopend seizoen ter beschikking worden gehouden van de KBDB, die te allen tijde gerechtigd is controle uit te oefenen.

 

Art. 20

De verenigingen mogen de duiven slechts meegeven aan de door de KBDB erkende begeleiders in het bezit van een geldige vergunning voor het lopende seizoen.

Het is deze erkende begeleiders verboden duiven aan te nemen van verenigingen die niet aangesloten zijn bij de KBDB

6.      DE KLOKKEN - BESTATIGEN – OPENEN

 

Art. 21

Het verzegelen van de mechanische klokken is verplicht. Zulks dient te geschieden met een speciale perfotang en van met het KBDB- logo voorziene speciale loodjes.
De nummers van de loodjes dienen verplicht op de inschrijvingsbulletins vermeld.

Prikkers worden niet meer toegelaten vanaf 2009.

Art. 22
                                             
De inrichter bepaalt de termijn binnen dewelke de klok ter afslag in het lokaal moet worden aangeboden. Dit geldt eveneens wanneer de inrichter toelating heeft verleend om twee verschillende wedstrijdvluchten in éénzelfde mechanische klok te bestatigen, de termijn is dan slechts van toepassing vanaf de laatste vlucht. Indien één vlucht werd uitgesteld, dan moeten de mechanische klokken worden binnengebracht, hetzij voor afname, hetzij voor het geven van een voorlopige afslag tellend voor de berekening van de juiste aankomsttijden van de bestatigde duiven.

Voor de elektronische apparaten zijn de bepalingen van het nationaal sportreglement van toepassing.

Geen enkele liefhebber kan worden uitgesloten wegens laattijdig binnenbrengen van de klokken, indien hij niet vooraf door de inrichter in kennis werd gesteld van de uiterste tijd van het binnenbrengen.

Art. 23

Wanneer een wedstrijdvlucht niet op de dag van de lossing kan worden afgesloten, moeten alle mechanische klokken die de dag niet aanduiden en die één of meerdere bestatigingen hebben geregistreerd, ‘s avonds worden binnengebracht voor het geven van een voorlopige afslag. (deze toestellen mogen eveneens worden gelicht en opnieuw geregeld).

Het bestatigingstoestel moet zeker binnengebracht worden dezelfde dag als de sluitingsdag van de wedvlucht.


7.         RANGSCHIKKING – UITSLAG – UITBETALING

 

Art. 24

De uitslag van een wedstrijdvlucht moet het ringnummer met jaartal en het volgnummer van de gerangschikte duif vermelden. Bij de eerst gerangschikte duif dient het totaal aantal ingezette duiven van iedere liefhebber vermeld.

Verder dienen alle gegevens vermeld ten einde een controle te hebben op de vermelde snelheid en de behaalde prijzen.
Aan iedere liefhebber die voor de uitslag heeft betaald, dient een uitslag bezorgd te worden.
Na het sluiten van de vlucht dient onmiddellijk één exemplaar van de uitslag samen met de aankondiging van de vlucht aan de plaatselijke sectoroverste toegezonden te worden. Dit kan ook per e-mail gebeuren.

Ook van een verbeterde uitslag, in geval een liefhebber of een deel van zijn duiven zou vergeten zijn op de uitslag, dient één exemplaar aan de sectoroverste toegezonden.
Na deze toezending is het verboden gewijzigde uitslagen te laten drukken.

Art. 25 

De inhoudingen op de prijzen mogen maximaal 7% bedragen. Bij uitgestelde lossing (ongeacht het aantal dagen uitstel) mag dit percentage maximaal 8% bedragen en dit enkel op de hoofdvlucht. De liefhebber moet ontlasting geven in een daartoe speciaal voorzien register. Bij inkorving met computer wordt automatisch ontlasting gegeven wanneer het gewonnen bedrag in aftrek van de inzetten wordt vermeld.

8.   VERKOPINGEN EN KAMPIOENSCHAPPEN

Art. 26

Tijdens de nationale dagen en de provinciale dag van de entiteit mogen geen kampioenendagen, tentoonstellingen en verkopingen ingericht worden.

9.   PROVINCIALE EN INTERPROVINCIALE VLUCHTEN

 

Art. 27

Van iedere provinciale en interprovinciale vlucht, zal de inrichter een aankondiging aan de Provinciale Zetel toesturen ter attentie van de Voorzitter van het Provinciaal Comité, evenals een recapitulatie van de spiegellijsten, derwijze opgesteld dat het cijfer van de laatste kolom overeenstemt met het totaal van de voorafgaande kolommen.  Nadien dient ten spoedigste een uitslag en eventueel een verbeterde uitslag toegestuurd.

10.   SLOTBEPALINGEN

 

Art. 28

Wijzigingen aan dit reglement kunnen slechts tussen twee seizoenen in worden aangebracht.

Voorstellen tot wijziging moeten voor eind oktober van ieder jaar bij het Provinciaal Comité worden ingediend.

                                                 XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter